Thailand: Bangkok & Chiang Mai

Na Myanmar vertrekken we samen met Arnia naar Thailand. Terwijl de meeste backpackers beginnen in Bangkok, is dit voor ons inmiddels het 8ste land en de 21ste stad.
In Bangkok hebben we een luxe hotel aan Khao San Road, de gekste straat in Bangkok en voor backpackers dé ‘place to be’. Via Trivago hebben we een goede deal bij D&D Inn gevonden, maar €12 per persoon per nacht voor een luxe eigen kamer en badkamer in een hotel met zwembad en gratis ontbijt! Hier gaan onze backpacker-hartjes sneller van kloppen. De kamer blijkt heerlijk (schoon, lekkere bedden, je eigen plekje) maar eindelijk weer eens een goed ontbijt is ook geweldig. Even geen toast met jam en boter!

“Voor backpacker dé ‘place to be'”. 

Na een paar keer relaxen aan het zwembad willen we ook iets van de stad zien. We nemen de boot over de rivier en de skytrain. Die dag bezoeken we ook MBK, een mega grote shoppingmall. Het blijft elke keer weer leuk om bij zo’n enorme mall in Azie te gaan bekijken, aangezien we dit concept (helaas) niet kennen in Nederland. De Bijenkorf is er niks bij! We kunnen ons gelukkig inhouden met shoppen..

Die avond (of eigenlijk: elke avond in Bangkok) gaan we rondlopen en een drankje drinken op Khao San Road. Het is elke keer weer een gekkenhuis en dat blijft fascinerend om te zien! (+ eten bij Magic Mike) Er wordt overal muziek gemaakt en gedraaid, de hele straat staat vol promoters die hun cocktails aanbieden, straatverkopers lopen rond met hoedjes en armbandjes, mensen laten (nep)tattoos zetten en hun haren invlechten, zwervers proberen geld op te halen, een vrouwtje verkoopt geroosterde schorpioenen en Thaise mannen proberen je aandacht te trekken met hun bordjes met “ping pong show”. Het ene is grappig, het andere is naar, of vies, of irritant, maar allemaal bij elkaar is het vooral prettig gestoord. Afgezien hiervan staat de straat helemaal vol met dansende mensen en is het dus vooral ook heel gezellig! Tot een uurtje of twee zijn hier overal buckets met cocktails/mixdrankjes te verkrijgen.
Ons hostel ligt midden in deze straat, maar we hebben een kamer aan de achterkant en je hoort dus gelukkig niets van het lawaai.Eén van de avonden in Bangkok ontmoeten we een heel gezellig Thais meisje. Ze vertelt dat ze werkt als marketing & communications manager bij Jamie’s Italian: een Italiaans restaurant van Jamie Oliver dat net geopend is in Bangkok. Na maanden rijst gegeten te hebben, klinkt dit als muziek in de oren. Een goed Italiaans restaurant: daar moeten we heen! Voordeel is ook dat Jamie’s Italian hier niet zo prijzig is als bijv. in Londen, de Thai moeten namelijk nog wennen aan het concept van Italiaans eten en willen hier dus niet al te veel voor betalen. Ideaal voor ons als budget backpackers. Zo eindigen we dan ook met een chique drie-gangen-diner bij Jamie Oliver in Thailand.

“Een goed Italiaans restaurant: daar moeten we heen”.

Arnia heeft het er de afgelopen weken al veel over gehad: de Seven Eleven in Thailand. Deze schijnt fantastisch te zijn, en we kunnen nu uit eigen ervaring zeggen: dat is het ook! Je kan niet bedenken dat zo’n kleine supermarkt zoveel nuttige en lekkere dingen verkoopt. De Seven Eleven heeft super veel vestigingen in Thailand, maar elke vestiging is niet groter dan een kleine winkel bij de meeste Nederlandse tankstations.  Maar het gekke is, ze verkopen precies alle producten waar je behoefte aan hebt. Is je shampoo of douchegel op maar je hebt tegelijkertijd weinig ruimte in je backpack? De 7/11 heeft super handige mini’s. Ben je toe aan wat fruit na al die hartige gerechten? De 7/11 verkoopt bananen, en appel stukjes in handige meeneem verpakkingen. Zin in een goedkope lunch? De tosti’s hier zijn heerlijk, en je hebt ook nog eens ruime keuze. Tonijn, gegrilde kip, ham kaas en ei, knakworst, vega tosti’s, voor ieder wat wils. De duurste tosti kost hier 30 baht en dat is zo’n €0,80 cent. Ze worden gekoeld bewaard en bij het betalen schuift de kassamedewerker hem voor je in een tostiapparaat. Heb je geen zin in een tosti? Ze verkopen ook zo’n 20 soorten noodlesoepen en hebben ook meteen gekookt water (en zelfs een gekookt eitje) beschikbaar. We kunnen dit promotie verhaal uiteraard nog uitbreiden naar alle andere 7/11 producten, maar ga er vooral zelf kijken als je in Thailand bent! De vele vestigingen zijn niet te missen. (Of zoals Arnia zegt: je kan je adem inhouden van de ene Seven Eleven tot de andere Seven Eleven).
Na Bangkok reizen we door richting Chiang Mai om nog een paar dagen te relaxen aan het zwembad (en omdat de meeste eilanden op dit moment overstroomt zijn door de hevige regenval). We hebben dus niet per se de behoefte om weer veel sightseeing te gaan doen, maar krijgen wel de tip dat de ‘yellow area’ erg leuk en hip is. We gaan daar dus toch eventjes kijken en het blijkt helemaal ons ding. Hippe koffietentjes (ideaal om aan onze website te werken), lekkere restaurants en ook nog leuke galerieën/kleine musea. Ook ‘s avonds is de yellow area heel gezellig om naartoe te gaan.
Vooral na de tempels in Angkor Wat (Cambodja) en Bagan (Myanmar) hebben we wel genoeg heilige plekken gezien. Dus, ondanks dat er een aantal heel mooie tempels in Chiang Mai te vinden zijn, bezoeken wij er niet één. Wel nemen wij een kijkje bij de nightmarket en in Chinatown. Svetlana, een vriendin van Maxime, is op dit moment ook in Thailand, en samen gaan we op Chinees Nieuwjaar hier eten.

Ondanks dat wij in Chiang Mai vooral even willen relaxen, is er één ding wat wij hier sowieso willen doen: een olifantenkamp bezoeken. Om half 7 ‘s ochtends staan wij de volgende dag klaar: op onze slippertjes, in onze “goedkopere” H&M bikini’s en (poging tot) hippe outfits voor de foto’s.
We worden opgehaald in, door een Thaise Songthaew, een kleine rode pick up truck taxi. Ze rijden hier overal rond in Chiang Mai, en aangezien het elephant camp 1,5 uur rijden is gaan we er vanuit dat we straks over moeten stappen op een normale bus. Niets blijkt minder waar.. Nadat we nog bij enkele andere hostels zijn gestopt en mensen hebben opgepikt, vertrekken we met z’n tienen in de achterbak naar het Into the Wild camp.

“Op onze slippertjes, in onze “goedkopere” H&M bikini’s en (poging tot) hippe outfits voor de foto’s”.

We hebben vooraf research gedaan en lazen dat de olifanten in dit kamp goed behandeld worden. Dit wordt gelukkig steeds belangrijker in Thailand, waardoor er nu een duidelijke tweedeling tussen de elephant camps begint te ontstaan. Aan de ene kant heb je de ‘riding camps’, waar de olifanten vastgeketend zitten en toeristen een ritje op hun rug mogen maken. Hier komen tegenwoordig eigenlijk vooral Chinese toeristen op af. Aan de andere kant heb je de sanctuary/camps, die de olifanten juist opvangen en goed verzorgen. De olifanten komen meestal uit het circus of worden gekocht uit de riding camps. Hier gaat het er om dat de olifant ‘vrij’ kan leven, en is het niet mogelijk om op de olifanten te rijden. Doordat ze al jaren met mensen om zich heen leven kunnen de olifanten niet meer vrij worden gelaten in de jungle, maar in een sanctuary worden ze niet vastgeketend, geslagen of gedwongen tot bepaalde handelingen en trucjes. Gelukkig bezoekt een groot aantal toeristen de laatste jaren veel liever een sanctuary dan een riding camp. En wij dus ook! We hadden al tips gekregen over enkele goede camps, maar het hostel raadt ons het Into the Wild elephant camp aan. We zijn uiteindelijk super blij met deze keuze en zouden het dan ook iedereen aanraden.

Bij aankomst in het kamp (na een extreme ‘bumpy ride’ van 1,5 uur) krijgen we eerst wat informatie over de olifanten. Er wonen hier op dit moment drie olifanten, waarvan één baby olifantje van 3 jaar. De moeder en tante van dit olifantje zijn 25 en 30 jaar. De olifanten lopen hier vrij rond en worden alleen geroepen en gecorrigeerd met het stemgeluid van de verzorgers. Het kleintje is een beetje ontdeugend en luistert dus af en toe niet. We worden ervan verzekerd dat het erg aardige en fijne dieren zijn, maar krijgen twee belangrijke tips mee: 1. stoor de olifanten niet tijdens het eten (zijn wij het helemaal mee eens, heel irritant als iemand je stoort terwijl je hongerig bent) en 2. als ze op je afkomen, ren vooral niet weg. Deze tweede bleek in het begin iets lastiger dan gedacht, want de olifanten zijn echt GROOT.

“een extreme ‘bumpy ride’ van 1,5 uur”.

Na de uitleg mogen we de olifanten bananen voeren. Het is niet nodig om deze te pellen, ze kunnen zelfs hele trossen tegelijk op. Olifanten eten elke dag ong 250 kg voedsel, wat zo’n 10% van hun lichaamsgewicht is. Hierna lopen we met de olifanten een stukje hun leefgebied in. De olifanten lopen gewoon los en in een rijtje (mensen en olifanten) lopen we over kleine paadjes door de heuvels richting de rivier. Wij letten goed op waar we lopen want het is hier heel smal en we krijgen bijna Sapa-flashbacks. De olifanten lijken hier echter totaal geen last van te hebben en stampen gewoon verder.

Wil je zien hoe ons avontuur met de olifanten afloopt. Bekijk dan hier alweer ons vijfde vlog.