Onze reis van Thailand naar Maleisië was een hele onderneming. Wij zijn oprecht nog nooit zo lang onderweg geweest. Maar goed, die 150 euro verschil tussen een treinreis of vliegticket was het ons wel waard. Toch..?

Vrijdag middag vertrokken wij vanuit Chiang Mai en zondag middag waren wij dan eindelijk aangekomen op de plaats van bestemming: Georgetown. Georgetown is een klein dorpje op het eiland Penang, dat in het noord-westen van Maleisië ligt.Omdat Chiang Mai helemaal in het noorden van Thailand ligt, moesten wij eerst met de nachttrein richting Bangkok. Vervolgens hadden wij pas ‘s avonds weer een nachttrein van Bangkok naar Padang Besar, een plaatsje op de grens van Thailand en Maleisië. Hier kwamen we rond 12 uur ‘s middags aan, en moesten vervolgens ons visum regelen. Gelukkig ging dit allemaal vrij makkelijk. Na weer twee uur wachten vertrok onze volgende trein: van Padang Besar naar Butterworth. Deze trein leek echter eerder een metro en had nogal kleine stoeltjes en weinig ruimte, wat mega onhandig is wanneer je reist met een grote backpack. Bij aankomst in Butterworth konden we onze backpack weer op ons rug slingeren en liepen we door naar het volgende vertrekstation: de ferry naar Penang. Een half uur op deze boot was best prima, even lekker in de buitenlucht. Na bijna 48 uur onderweg te zijn, mochten we van onszelf dan in ieder geval wel een taxi pakken vanaf de haven naar ons hostel. Maar het bleek ons niet gegund.. Terwijl in elke andere stad, in elk ander Aziatisch land, de taxi chauffeurs zich aan ons opdrongen, was er hier gewoon geen enkele taxi te bekennen! De taxi standplaats was totaal leeg en ook op de centrale weg zagen wij niet één taxi voorbij rijden.. En dus namen we maar weer een volgend openbaar vervoersmiddel: de bus. Rond 4 uur was het dan eindelijk zo ver: we konden neerploffen in ons hostel! Een super schoon hostel met fijne bedden en een heerlijke douche gelukkig. Dit was een goede eerste indruk van Maleisië!

“Na bijna 48 uur onderweg te zijn”

Onze hostel (The Frame Hostel) ligt in Georgetown, een schattig dorpje in Penang dat op de UNESCO werelderfgoed lijst staat. Deels door de unieke oude architectuur en deels door de vele street-art. De authentieke mooie huisjes vind je onder andere in Lovelane, een straat die zijn naam eer aan doet. We lopen rond in alle schattige straatjes en spotten al wat street-art. We hebben echter twee leuke Nederlandse meiden ontmoet en besluiten het in de hitte slimmer aan te pakken: we gaan op de fiets! In Georgetown verhuren ze 4-persoons fietsen met een dakje, waardoor je én sneller vooruit gaat én heel chill in de schaduw zit. De fiets is alleen niet zo flexibel en ondanks het feit dat wij als Nederlanders ongeveer elke dag op de fiets zitten, lijken we nu de ultieme toeristen op de fiets (waar we in Amsterdam zo’n hekel aan hebben…).

De street-art is verspreid over een aantal straten in Georgetown en als je ongeveer een uurtje rondfietst heb je het meeste gezien. Deze street-art is ontstaan in 2008, toen de Georgetown als ‘World Hermitage Site’ werd uitgeroepen. Om dit te vieren werd het inititief ‘Marking Georgetown’ gestart en plaatste een lokaal bedrijf stalen beelden met informatie over bijzondere straten. Dit werd zo populair dat een Litouwse kunstenaar tijdens het George Town Festival in 2012 de straten verder mocht versieren. Hij startte het project ‘Mirrors George Town’ en een lokale kunstenaar houdt zich sindsdien met dit project bezig en voegt zijn eigen werk toe aan de verzameling.


Sommige street-art wordt ook wel 3D of ‘interactive’ genoemd, omdat het gecombineerd is met echte voorwerpen. Er zijn bijvoorbeeld zittende kindjes geschilderd, en hiervoor is een fiets neergezet. Zo lijkt het net alsof de kindjes op de fiets zitten en kan je er dus zelf naast gaan zitten. Deze interactieve street-art is vooral populair onder de chinezen, die er allemaal graag mee op de foto gaan!

Naast alle kunst op straat spotten we ook een super leuk winkeltje: Sixth Sense. Het is voor het eerst sinds tijden dat we op een toeristische plek een beetje andere kleding zien, in plaats van de standaard wijde backpackersbroek (met olifanten!). Ondanks ons beperkte budget mogen we van onszelf toch een klein beetje winkelen. Bovendien dragen we al maanden dezelfde paar outfits, dus kunnen we een nieuw shirtje best gebruiken..

“Ondanks ons beperkte budget mogen we van onszelf toch een klein beetje winkelen”.

Naast Sixth Sense vind je China House. Dit is een koffietentje, winkel en expositieruimte in één. Daar is gelukkig ruimte genoeg voor, want dit is het langste pand in Georgetown. Dat zegt China House zelf tenminste, maar wij geloven het meteen: het pand is smal maar loopt super ver door naar achter. De tentoonstellingen zijn op dit moment helaas niet zo bijzonder, maar in het café gedeelte staat een grote verzameling van de allerlekkerste taarten! Ga dus hierheen voor een goede coffee & cake.
‘S Avonds is Lovelane (dichtbij Chulia street) het leukste, een straatje met allemaal kroegjes en live muziek. En vergeet ook vooral niet de ‘streetfood-street’ (Lebuh Kimberly) over te slaan. Georgetown staat bekend om zijn geweldige streetfood.

De volgende dag wordt het weer tijd om iets actiever te zijn en gaan we hiken! Samen met de Nederlandse meiden pakken we de bus naar het Penang National Park. Het hele idee om vroeg te vertrekken en daardoor niet in de brandende zon te hoeven lopen en klimmen valt helaas een beetje in het duigen. Er is een Hindoestaans festival aan de gang waardoor er minder bussen rijden en de meeste bussen ook nog eens een andere route hebben. Dit hadden ze ons wel even mogen vertellen bij het hostel.. Een uur na de afgesproken tijd zitten we pas in de bus en het is zo’n driekwartier rijden naar het national park. Kortom: we gaan hiken op het heetst van de dag.

Vanaf de centrale ingang kan je hiken naar Monkey Beach, en vanaf hier kan je dan weer een boot terug naar de ingang pakken. In eerste instantie lijkt het een vrij makkelijke klim doordat de paden betegeld zijn. Hoe verder we gaan, hoe moeilijker de klim wordt. Er zijn bomen over het pad heen gevallen, boomwortels omhoog gekomen en op een gegeven moment is er niet eens meer echt een pad. Af en toe herinnert een bordje ons eraan dat we nog steeds op weg zijn naar monkey beach.
Hoe dichterbij we komen, hoe meer apen we ook in de bomen naast ons voorbij zien klimmen. Heel leuk!

“Hoe verder we gaan, hoe moeilijker de klim wordt”.

Als we eenmaal op het strand zijn aangekomen snakken we naar een koude cola in de schaduw. Maar we did it! En bovendien mogen we niet klagen, we zagen zelfs iemand hiken met een enorme backpack en op blote voeten.. Je kan namelijk kamperen in de buurt van Monkey Beach. Het strand zelf is heel mooi maar de apen op Monkey Beach vallen alleen een beetje tegen. Ga hier dus niet heen voor de apen, maar om te hiken en te zwemmen is het een leuke spot!

De volgende dag vertrekken we met de bus richting een nieuw natuurgebied: de Cameron Highlands in midden-Maleisië!